Het overgrote deel van de gezinnen die we ondersteunen, woont op een stukje illegaal land in een bamboehutje of kleihuisje, of ze huren een illegaal opgetrokken krot. De meeste ‘huizen’ zijn donkere en slecht geventileerde bouwvallen, opgetrokken in een combinatie van bamboe en klei of baksteen en met metaalplaten, plastic of stro als dak. De huurprijs kan oplopen tot 10 euro per maand, terwijl arme mensen vaak amper over 8 euro per maand beschikken. Sommige van onze kinderen komen van afgelegen dorpen waar geen wegen, geen elektriciteit of communicatiemiddelen zijn.
Het gebruik van afval voor kookvuurtjes of als ‘verwarming’, resulteert in een onwaarschijnlijk irriterende rookpollutie. Er is geen adequate riolering, er is geen vuilnisophaaldienst.

Elektriciteit wordt illegaal afgetapt van de hoofdleiding. De meeste latrines zijn open putten. In het regenseizoen lopen de krottenwijken onder en resulteert dit in een levensgevaarlijke smerigheid. Er is absoluut gebrek aan veilig drinkwater; de meeste waterputten zijn onvoldoende diep en staan direct naast een open latrine in een poel van stilstaand brak water, ofwel vlakbij een illegale stortplaats.