Bangladesh is het deltagebied – met overstromingspolders – van drie grote rivieren de Ganges, de Brahmaputra en de Meghna, die in de Golf van Bengalen uitmonden. Elk jaar tijdens het regenseizoen (juli tot september) overstroomt 20 tot 30 procent van het land. Terwijl dit kansen voor zeer productieve landbouw en visserij creëert, zijn risico’s op verwoestende overstromingen en erosie de keerzijde ervan. Buiten het regenseizoen echter is er tekort aan water, wat door irrigatie moet worden gecompenseerd. Landbouw krijgt het grootste deel van het beschikbare water en dit vermindert op zijn beurt de hoeveelheid water die beschikbaar is voor de drinkwatervoorziening, het milieu, de gezondheid op het platteland en sanitaire voorzieningen. Bovendien hebben grote delen van het land te kampen met verzilting, wateroverlast en vervuiling van de grondwaterlaag door arseen. In de afgelopen decennia is er veel werk verricht om zich voor te bereiden op rampen (o.a. bouwen van shelters), maar waterbeheer blijft een kritiek punt.

Meer hierover kun je lezen op de pagina’s 13 tot 15 van: JAARVERSLAG EIB 2013